27 september 2013

Dror Mishani


© Yanay Yechiel
Dat het misdaadgenre volwassen is geworden, blijkt onder meer uit het groeiende aantal landen dat auteurs afvaardigt: Zuid-Afrika, India en nu ook Israël.

Hoewel Dror Mishani zijn klassieken kent en waardeert, drukt hij een eigenzinnige stempel op het genre. Grensverleggend zijn, is zijn ambitie. Avraham Avraham (hij heet echt zo), zijn speurder, is een filosoof die op het eerste gezicht niet geschikt lijkt voor de baan en wel eens over een aanwijzing heen kijkt. En in De verdwenen zoon, Mishani’s debuut, zit een workshop literatuur en de wanhoop van een aspirant-auteur op zoek naar een onderwerp.  

Maar dit gesprek gaat natuurlijk ook over schrijver zijn in Israël. Dat is een andere biotoop dan een plek aan de Zweedse scherenkust.


‘Avi is niet op zoek naar schuld
maar naar verloren sporen van onschuld in de wereld.’


Een Israëlische misdaadauteur is een verrassende nieuwigheid voor het lezerspubliek in de Lage Landen. Wat is de voedingsbodem van je schrijverschap? En aan welke schrijftraditie voel je je verwant?

Als lezer groeide ik op met twee verschillende literaire tradities, die elkaar zelden ontmoeten: hedendaagse Hebreeuwse literatuur en misdaadfictie. Met ‘zelden ontmoeten’ bedoel ik niet alleen dat er bijna geen thrillers in het Hebreeuws waren – vertaalde en van eigen bodem – maar ook dat de moderne Hebreeuwse literatuur de misdaadromans openlijk verwierp.

Als schrijver voel ik me verwant met beide genres. Bovendien ervaar ik een sterke aandrang om ze samen te brengen.

Ik heb een erg persoonlijke band met Hebreeuwse schrijvers en wordt onder meer geïnspireerd door Brenner, Yehoshua Kenaz of Avraham B. Yehoshua. Tegelijkertijd voel ik me een soort ‘stiefzoon’ van deze nationale fictietraditie. Dat komt omdat ik evenzeer de invloed ondergaan heb van internationale, vooral Europese, misdaadauteurs: Simenon, Sjöwall & Wahlöö, Fred Vargas, Henning Mankell, Andrea Camilleri enz.
 

Ik heb de indruk dat je belangstelling hebt voor de begintijd van het misdaadgenre: Agatha Christie, Sjöwall & Wahlöö… Klopt dat? En wie valt je op bij de nieuwste auteurs?

Misdaadfictie is een vrij recent literair genre waarmee heel wat auteurs in de eerste helft van de 20ste eeuw experimenteerden. Ik hou van schrijvers die zich op de traditie baseren maar ze op de één of andere manier willen veranderen, iets doen wat niet eerder gedaan werd, nadenken over het detective-aspect in hun romans.

Het is dus waar dat ik van Christie houd en dat ik een grote fan ben van de Martin Beck-reeks… en dat ik denk dat er op dit moment niet voldoende geëxperimenteerd wordt in het genre. Dat neemt niet weg dat ik graag hedendaagse misdaadauteurs lees, mensen als Mankell, Karin Fossum, P.D. James, Fred Vargas, Petros Markaris, Indridason en anderen.

Israëlische cover van 'De verdwenen zoon'
Naast schrijver ben je ook redacteur en vertaler. Is deze achtergrond een leerrijke aanloop geweest naar het creëren van eigen werk?  

Ik was uitgever van Israëlische fictie en vertaalde misdaad (dat ben ik nu niet meer), vertaler (enkel van twee boeken van Roland Barthes, één van mijn favoriete auteurs) en ook literair criticus and literatuur-wetenschapper. Nadenken over literatuur en literair schrijven vanuit al deze verschillende invalshoeken, ervaring opdoen in alle geledingen van het boekbedrijf, bereidde mij wellicht voor op mijn schrijversleven.  

Daarnaast was het vaderschap een nog betere voorbereiding op het schrijven. Door mijn kinderen ben ik me opnieuw bewust geworden van mijn behoefte om een verhaal te vertellen, mijn verhaal, niet enkel na te denken over andermans verhalen of die te vertellen. Ik leerde bovendien dat ik erg geniet van het creëren van mooie leugens, voor hen en voor mezelf. Die liggen, tenslotte, aan de basis van literatuur. Het vaderschap als voorbereiding op het schrijven zou ook nog te maken kunnen hebben met het idee van een mogelijk verlies dat hoort bij de liefde voor je kinderen en dat ook een plek heeft in de kern van misdaadfictie.     

Toch wil ik alles wat ik hiervoor gedaan heb niet zien als ‘voorbereiding op een roman’ (Barthes had een seminarie met deze titel) want al die zaken waren belangrijk op zich. Zo was het vertalen van Barthes wellicht één van de belangrijkste ervaringen van mijn leven en ik ben er erg trots op dat ik als uitgever de Martin Beck-reeks naar Israël bracht.
 

Daarnaast ben je verbonden aan de universtiteit van Tel Aviv. Daar geef je les in de geschiedenis van de misdaadroman. Welke invalshoeken draag je aan? En waarom kiezen studenten voor dit soort lessen? 

In mijn cursus over de geschiedenis van de misdaadfictie behandel vragen als: ‘Waarom verscheen het genre op dat moment en die plaats op het toneel? Wat kenmerkt het genre?’ Met dat laatste bedoel ik: ‘Op welke manier was het, toen het verscheen, een nieuwe vorm van schrijven en lezen? En waarom was deze vorm zo cruciaal voor de Westerse cultuur, bijzonder genoeg om de meest populaire vertelvorm van de laatste eeuw te zijn?’

Ik veronderstel dat studenten naar de les komen om een antwoord te vinden op deze vragen… maar dat heb ik niet.  

Op Chanoeka, het feest van het licht,
worden donuts gegeten © tumblr
Van noordelijke, koude en donkere landen weten we dat er veel gelezen wordt. Hoe zit dat in Israël? En denk je dat mensen in een omgeving met veiligheidsproblemen fictieverhalen nodig hebben als geestelijke ontsnappingsroute? 

Zoals ik al zei, misdaadfictie was, tot voor enkele jaren, niet erg populair in Israël (en is zelfs nu niet zo populair als in Europa). Ik ken de theorie dat wij geen thrillers lezen omdat wij al genoeg bloed in de nieuwsberichten zien maar ik daarover heb ik zo mijn twijfels. Ondanks de unieke politieke situatie, lijkt het leven in een grote Israëlische stad op dat in andere grootsteden. Je vindt er dezelfde thema’s zoals persoonlijke veiligheid, sociale controle, vervreemding, klassenverschillen, armoede, migratie… Het klopt dat wij niet vaak geschreven hebben over deze onderwerpen maar misschien wordt het tijd dat wij dat doen. En misdaadfictie heeft door de jaren heen bewezen één van de meest geschikte vormen te zijn om over deze aspecten van het hedendaagse leven te schrijven.
 

In hoeverre weegt de permanente spanning en dreiging in de regio op je gemoedsrust en concentratie? Zou je, bijvoorbeeld, soms een ‘writer in residence’ willen zijn? 

De situatie in Israël heeft invloed op het schrijven, misschien nog meer wanneer je realistische misdaadromans schrijft. De vraag ‘Wat is misdaad?’ – en ‘Wat is een belangrijk misdrijf?’ – is een politieke vraag. Toen ik De verdwenen zoon schreef wist ik dat ik aan het schrijven was over een misdrijf (of een mogelijk misdrijf) dat veel Israëliërs niet als erg belangrijk zouden ervaren (omdat het om de verdwijning van een 16-jarige gaat en niet om een terroristische aanslag, bijvoorbeeld).

Toch zijn er ook prozaïscher schrijfproblemen in Israël. Zo schreef ik A possibility of violence, de tweede roman in de Avraham-reeks, onder de constante bedreiging van een oorlog met Iran (wij dreigden met een aanval, zij dreigden op hun beurt). Daarover maakte ik mij zorgen om diverse redenen, ook redenen die met het schrijverschap te maken hadden. ‘Wat als ik de roman afmaak maar op het moment van publicatie er een oorlog uitbreekt en het boek meteen passé is?’

Nu ik erover nadenk... De verdwenen zoon heb ik in Engeland geschreven waar ik enkele jaren met mijn familie gewoond heb. Ik heb ook een lange, belangrijke periode in Parijs gewoond en mijn vrouw is Poolse. Wij brengen de zomers in Warschau door. Ik heb dus behoefte aan dit soort weg-van-huis-periodes. Ik denk dat ze belangrijk waren in de ontwikkeling van een droom over een nieuwe Hebreeuwse detective, een droom die ik misschien niet had durven dromen als ik enkel de Israëlische kijk op het genre gehad had. Met ‘nieuw’ bedoel ik ‘vormvernieuwend’ en ‘als uitbreiding van het beperkte Hebreeuwse aanbod’.
 
Historische stad Koper, een element in 'De verdwenen zoon'
© Ernest B.
Je zegt wel eens dat je literaire misdaadromans wil schrijven, met de nadruk op literair. Aan welke eisen moet dat genre volgens jou voldoen? 

Het is moeilijk – misschien zelfs onmogelijk – om te bepalen wat van een roman een groot kunstwerk maakt en het is even moeilijk om te zeggen wat van een misdaadboek echt goede literatuur maakt. De criteria zouden wellicht allemaal vaag zijn en erg persoonlijk maar laat ik er toch een paar naar voren schuiven: het zou de lezers moeten aanzetten om te geven om al de personages (niet noodzakelijk van ze te houden), ook de criminelen (zoals Simenon doet); het moet aandacht hebben voor de absolute tragiek van de beschreven menselijke situatie (zoals Karin Fossum vaak doet) en niet enkel ‘doden tellen’; het moet in een eerlijk proza geschreven zijn (zoals Mankell doet), geen loopje nemen met de stijl; het moet, in hoofdzaak, oog hebben voor het verhaal en de karakters maar ook ruimte maken voor gedachten over het genre of de maatschappij of de taal. Er moet ook uit blijken dat het schrijven over misdaad bovenal gaat over pijn en verlies.
 

Met Avi Abraham zet je geen doorsnee rechercheur neer. Het lijkt alsof hij om het kwaad heen wil lopen. En hij is minstens evenveel filosoof als man van de daad. Welk type politieman heb jij voor ogen? 

Toen ik aan De verdwenen zoon begon te schrijven, wist ik niet waar het plot me precies naartoe zou brengen maar één ding wist ik wel: ik wilde een rechercheur neerzetten die niet de hele wereld verdenkt zoals de meeste speurders doen (Poirot!), die niet iedereen als een krimineel beschouwt. Ik wilde een detective voor wie, toch bij het begin van het boek, de wereld voor het grootste deel onschuldig is.

Dit had, natuurlijk, gevolgen. Avi vergist zich wel eens en merkt soms aanwijzingen niet op. Maar, buiten het oplossen van een zaak, doet Avi erg belangrijke dingen, toch dingen die belangrijk zijn voor mij. Hij is niet op zoek naar schuld maar naar verloren sporen van onschuld in de wereld. En zelfs als hij die, tot nu toe, niet gevonden heeft, dan vindt hij die zeker in zijn volgende onderzoeken.     

Dror Mishani's tweede boek in de Avraham-reeks.
Engelse titel: A possibility of Violence
Je debuut speelt zich af in Cholon, een buitenwijk van Tel Aviv. Ook jij groeide er op. Hoe zou je de buurt karakteriseren? En op welke manier ben je beïnvloed door die sociale omgeving?

Ik ben geboren in Cholon in 1975 en daar opgegroeid tot mijn 18de. Ik keer er nog vaak terug omdat mijn familie er woont. Wat invloeden betreft, kan ik alleen maar zeggen de Cholon mij vormde zoals onze thuisbasis dat altijd doet. Cholon was nooit het centrum van Israël, zeker niet in symbolische zin (zoals Tel Aviv, Jeruzalem en de Kibboets-gemeenschappen dat waren en nog zijn), en dus leerde ik daar te kijken naar Israël en de Israëliërs vanaf de kantlijn, aandacht te schenken aan dingen en mensen die niet als belangrijk werden beschouwd (vanuit een nationaal standpunt).

Eén van de doelstellingen van De verdwenen zoon was dat ik ook wilde schrijven over mensen die, normaal gezien, ontbreken in de Israëlische literatuur.  
 

In De verdwenen zoon komt een wanhopige aspirant-schrijver voor. Was jij ook bang dat je debuut er nooit zou komen?
 
Dat spreekt vanzelf. Zelfs, nu, na het afronden van de tweede roman in deze reeks, ben ik bang dat ik niet in staat zal zijn om een derde te schrijven. Ik weet niet of dit het geval is bij alle auteurs maar ik denk dat de angst voor het in rook opgaan van het boek, op gelijk welk moment, onlosmakelijk verbonden is met dat bizarre, wonderlijke gebeuren van ontwaken in de ochtend en literatuur schrijven.


Lees hier de recencie van De verdwenen zoon

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen